ECLI:NL:RBNHO:2023:13156
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Betaling loon over verplichte aanwezigheid kwartier voor aanvang dienst als arbeidstijd
Een voormalig werknemer vorderde van zijn werkgever betaling van achterstallig loon over de verplichte aanwezigheid van een kwartier voorafgaand aan zijn dienst. De werknemer werkte als uitzendkracht bij de afdeling Bagage Operational Support op Schiphol en moest zich 15 minuten voor aanvang van zijn dienst melden bij de BOS-Coördinatie. De werkgever betwistte dat deze tijd als arbeidstijd moest worden beschouwd en verweerde zich onder meer met een klachtplichtverweer en redelijkheid en billijkheid.
De kantonrechter oordeelde dat de verplichte aanwezigheid en de daarmee samenhangende werkzaamheden onder gezag van de werkgever vielen en daarmee als arbeid en arbeidstijd moesten worden aangemerkt. De werknemer had recht op loon over deze tijd, berekend op basis van het overeengekomen uurloon en inclusief vakantietoeslag. Het beroep van de werkgever op de klachtplicht faalde omdat de werknemer pas na het einde van het dienstverband aanspraak maakte en het voorstelbaar was dat hij eerder niet wist van zijn recht.
De kantonrechter wees de loonvordering over de periode vanaf 1 januari 2018 tot en met 30 mei 2022 toe, matigde de wettelijke verhoging wegens late betaling tot nihil vanwege het geschil over de kwalificatie, en veroordeelde de werkgever tot betaling van incassokosten en proceskosten. De vordering over 2017 werd afgewezen vanwege onjuiste berekening.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de loonvordering over het kwartier voorafgaand aan de dienst toe en veroordeelt de werkgever tot betaling van achterstallig loon, incassokosten en proceskosten.