Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V. , gevestigd te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“3.2 Financiële administratie
- Heeft verweerder de naheffingsaanslag over de jaren 2016-2018 en de daarbij gegeven rentebeschikking naar de juiste bedragen vastgesteld?
- Heeft verweerder terecht de verzuimboete opgelegd?
- Heeft verweerder terecht de vergrijpboete opgelegd?
- Heeft verweerder terecht het bezwaar tegen de naheffingsaanslag over het jaar 2021 niet-ontvankelijk verklaard?
- Indien die laatste vraag ontkennend moet worden beantwoord: heeft verweerder de naheffingsaanslag over het jaar 2021 naar het juiste bedrag opgelegd?
13 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1336, r.o. 3.2.1-3.2.2.
16 augustus 2019 overgelegd. Daarmee heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank overtuigend aangetoond dat eiseres de loonheffingen die op aangifte moesten worden afgedragen gedeeltelijk niet (binnen de termijn) heeft betaald. Dat betekent dat de verzuimboete terecht is opgelegd, tenzij sprake is van afwezigheid van alle schuld. Eiseres heeft zich daarop echter niet beroepen.
- Pauzetijd wordt niet vergoed aan medewerkers, maar wel aan klanten in rekening gebracht.
- Vaste prijsafspraken met klanten over de hoogte van de in rekening te brengen kosten, onafhankelijk van de feitelijke uren-inzet.
- In rekening gebrachte reiskosten, hetzij afzonderlijk als zodanig gespecificeerd hetzij verdisconteerd in (hypothetische) uren.
- Kostentoeslagen in facturen, bijvoorbeeld voor diensten gedraaid tijdens weekenddagen, officiële vrije- of feestdagen.
- In rekening gebrachte materiaalkosten (beveiligingscamera’s en dergelijke).
- Gelijktijdige uitvoering van verschillende opdrachten door dezelfde beveiligers.
- Annulering van opdrachten door de klant kort vóór de geplande uitvoering, zodat in elk geval een deel van de overeengekomen kosten verschuldigd waren. Personen zijn alsdan niet op die opdracht ingezet.
- Geboden training en opleiding op factuurbasis. De factuur is gebaseerd op het aantal te trainen personen; niet op de ureninzet van de trainer.
- De dga’s werken veel meer uren dan van 9 tot 5.
€ 45.000 per kalenderjaar. De rechtbank zal voor de vaststelling van het gebruikelijk loon voor de jaren 2017 en 2018 daarom uitgaan van het normbedrag van artikel 12a, eerste lid, letter c, van de Wet. Het gebruikelijk loon dient voor de jaren 2017 en 2018 te worden gesteld op de volgende bedragen, rekening houdend met het feit dat de heer [naam 2] op 17 juli 2018 bij eiseres in dienst getreden is:
- Bepaalde werknemers hebben een kilometeradministratie bijgehouden en vanaf halverwege 2018 heeft eiseres een track & trace systeem in gebruik genomen. Haar bestuurders waren kennelijk op de hoogte van de toepasselijke regels, maar hebben nagelaten de beschikbare gegevens te beoordelen.
- Dga [naam 1] bepaalde wie nettoloonbetalingen kreeg en was verantwoordelijk voor verwerking in de loonadministratie. In de praktijk bleek dat diverse nettoloonbetalingen nooit in de loonadministratie zijn verantwoord. Eiseres was dus op de hoogte van de nettoloonbetalingen en heeft hier in onvoldoende mate iets mee gedaan.
- Dga’s [naam 1] en [naam 2] hebben in overleg met hun boekhouder het gebruikelijk loon vastgesteld. Structureel is in alle jaren het gebruikelijk loon te laag vastgesteld, volgens eiseres om reserves op te bouwen. Tegelijkertijd zijn er in alle jaren privé-opnamen gedaan van de bankrekening van eiseres. Dit strookt niet met de gedachte van een bewuste keuze voor een laag gebruikelijk loon om reserves te kunnen opbouwen.
- Eiseres heeft stagevergoedingen, vrijwilligersvergoedingen en netto vergoedingen zonder zakelijke onderbouwing niet verwerkt in de loonadministratie.
- Eiseres bepaalt bij binnenkomst van een factuur of nota of deze zakelijk of privé is. Beide dga’s hebben verklaard geen kennis te hebben van de wet- en regelgeving met betrekking tot de werkkostenregeling. Eiseres moet echter wel de adviseur juist en volledig informeren en aangeven voor welk doel de kosten zijn gemaakt. Dat heeft zij nagelaten.
4 november 2021 en de aanmaning 1 december 2021 en dat beide stukken zijn verzonden naar het juiste postadres valt niet af te leiden wanneer die stukken zijn verzonden, zodat gelet op artikel 22j, aanhef en letter a, slot, van de AWR niet vaststaat wanneer de bezwaartermijn is aangevangen (vgl. HR 20 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5917, r.o. 3.2). Daarom moet ervan worden uitgegaan dat de naheffingsaanslag noch de aanmaning eiseres vóór 16 december 2021 heeft bereikt. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres tegen de naheffingsaanslag op 18 januari 2022 ontvangen. Derhalve zal ervan moeten worden uitgegaan dat het bezwaar tijdig is ingediend. Het bezwaar is dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en de stellingen van eiseres over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding en de met verweerder gemaakte afspraken behoeven geen behandeling.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag over de jaren 2016-2018 tot een bedrag van € 176.232 en vermindert de daarop betrekking hebbende belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de vergrijpboete tot een bedrag van € 10.401 en bevestigt de verzuimboete;
- bevestigt de naheffingsaanslag over het jaar 2021;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres in beroep redelijkerwijs gemaakte proceskosten ten bedrage van in totaal € 4.727,60; en
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van in totaal € 730 aan haar te vergoeden.