ECLI:NL:RBNHO:2024:3959
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en verzuimboete
Eiseres werd voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en een aanslag Zorgverzekeringswet (Zvw) opgelegd, gebaseerd op een ambtshalve vastgestelde belastbaar inkomen van €19.000. Tevens werd een verzuimboete van €385 en belastingrente in rekening gebracht. Eiseres stelde dat zij geen aangiftebiljet had ontvangen en dat de aanslagen onjuist waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de uitnodiging, herinnering en aanmaning tot aangifte terecht naar het adres van de gemachtigde boekhouder waren gestuurd, die bevoegd was dit adres op te geven. Hierdoor was eiseres op behoorlijke wijze uitgenodigd tot aangifte en was de omkering van de bewijslast van toepassing. De door eiseres overgelegde kasboekjes waren onvoldoende om het lagere inkomen aannemelijk te maken. Verweerder had de inkomensschatting op redelijke gronden vastgesteld, mede gelet op de omzetbelastingaangifte en bankgegevens.
Verder oordeelde de rechtbank dat het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel niet waren geschonden. De verzuimboete was terecht opgelegd omdat het niet tijdig doen van aangifte aan eiseres kon worden toegerekend. De belastingrente was conform wettelijke regels berekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen, verzuimboete en belastingrente wordt ongegrond verklaard.