Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 maart 2024 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil17. In geschil is of de (ambtshalve) aanslagen IB/PVV en Zvw terecht aan eiser zijn opgelegd en, zo ja, of deze tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Meer specifiek is het volgende in geschil:
.Aangezien de aanslagen in stand blijven, en er tegen de belastingrentebeschikkingen geen afzonderlijke grieven zijn gericht, is er geen aanleiding tot vermindering daarvan.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, doch uitsluitend voor wat betreft de beslissingen omtrent de verzuimboetes;
- vermindert de verzuimboetes tot respectievelijk € 295 (jaar 2016) en € 313 (jaar 2017);
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan eiser tot een bedrag van € 1.019;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 1.481;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49 aan eiser te vergoeden.