Uitspraak
1.1. De procedure
- de dagvaarding van 30 juli 2024;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,
- de conclusie van dupliek in reconventie;
2.2. De feiten
3.De vordering en het verweer in conventie en in reconventie
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde] en/of toerekenbaar is tekort geschoten, althans haar zorgplicht heeft geschonden jegens [gedaagde];
- Dexia zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te voldoen al hetgeen [gedaagde] aan Dexia ingevolgde de litigieuze overeenkomsten heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente daarover telkens vanaf de dag van de betaling door [gedaagde] aan Dexia, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag en ingangsdatum, tot aan de dag der algehele voldoening;
- Dexia zal veroordelen in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten,
- het beding/de bedingen vernietigt op grond waarvan Dexia de resterende termijnen in rekening heeft gebracht op de eindafrekening van de AEX Plus effect overeenkomst;
- Dexia zal veroordelen om het bedrag van € 34,04 als zijnde onverschuldigd betaald aan [gedaagde] te restitueren, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2005 tot de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie door de rechtbank te bepalen bedrag en ingangsdatum van de wettelijke rente,
- Dexia zal veroordelen in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten.
4.4. Beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventiealgemeen4.1. Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 à 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [gedaagde].
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [gedaagde] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
“[gedaagde] is ongevraagd telefonisch benaderd door een medewerker van SpaarAdvies om een afspraak te maken voor een huisbezoek om de financiële situatie van [gedaagde] door te nemen met een financieel adviseur van SpaarAdvies. [gedaagde] heeft hiermee ingestemd. Vervolgens hebben meerdere huisbezoeken plaatsgevonden.
€ 135,00