Uitspraak
[erflater](verder: [eiser] of Contractant)
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 14 mei 2025;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een (voorwaardelijk) incidenteel verzoek;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
3.3. De feiten
4.De vordering en het verweer in de hoofdzaak en het verzoek in het incident
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eiser] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van het aanvraagformulier van 21 juni 2000 op naam van [eiser], waarop ATP-nummer 986 is ingevuld, alsmede de naam van de tussenpersoon en van de adviseur: [betrokkene],
“Adviseur ATP00986-[gemeente] ”,- een kopie van een afrekening van 31 juli 2000 waaruit blijkt dat er een kredietovereenkomst is gesloten tussen Defam en [eiser] ter zake NLG 17.500,- en dat [gemeente] de tussenpersoon is,
Bemiddeling bij spaar- en beleggingsprodukten, verzekeringsprodukten en bankaire zaken’.
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 144,00