Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming(de Minister).
Procesverloop
Overwegingen
Contract of employment
here after referred to as Employer
here after referred to as employee:
Goedendag
EMOLUMENTS CERTIFICATE FOR THE YEAR * 2012’verstrekt. Op dit document staat een bedrag van € 25.023 vermeld als inkomen en een bedrag van € 1.702 onder ‘DEDUCTIONS OR CONTRIBUTIONS’ bij de post ‘Social Insurance fund’. Uit de door [naam werkgever 2] aan eiser verstrekte loonopgave van december 2012 volgt dat deze inhouding ‘Caisse de pension 6,8%’ betreft (6,8% van € 25.023 = € 1.702).
1. Op degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt te verrichten, is van toepassing:
Voor de toepassing van artikel 13, leden 1 en 2, van de basisverordening betekent een „substantieel gedeelte van de werkzaamheden die in loondienst of anders dan in loondienst” in een lidstaat worden verricht dat een kwantitatief substantieel deel van alle werkzaamheden in loondienst of anders dan in loondienst daar wordt verricht, zonder dat het hierbij noodzakelijkerwijs om het grootste deel van deze werkzaamheden hoeft te gaan.
a) in geval van een werkzaamheid in loondienst, de arbeidstijden/of de bezoldiging, en
Nederlandsevolksverzekeringen. Immers, slechts premies voor de Nederlandse volksverzekeringen kunnen met de heffing van inkomstenbelasting door middel van één belastingaanslag geheven worden. Deze opvatting is eveneens af te leiden uit bijvoorbeeld artikel 3.16, negende lid, van de Wet IB. In onderdeel a van dat artikellid wordt het begrip ‘premie voor de volksverzekeringen’ gebruikt. In onderdeel b wordt vervolgens genoemd ‘premies voor buitenlandse verzekeringen die naar aard en strekking overeenkomen met de volksverzekeringen’.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond.
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.583;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.917;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 262,50;
- veroordeelt de Minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 262,50;
- draagt verweerder op € 23 aan eiser te vergoeden voor het betaalde griffierecht en
- draagt de Minister op € 23 aan eiser te vergoeden voor het betaalde griffierecht.