Uitspraak
1.[eiser 1]2. [eiser 2] ,
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een incidenteel verzoek ex artikel 195 Rv Pro;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens conclusie van antwoord in het incident en een zelfstandig incidenteel verzoek ex artikel 194 Rv Pro;
- de conclusie van antwoord in het incident, tevens conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties
- de akte uitlating producties.
3.3. De feiten
4.De vorderingen en het verweer in de hoofdzaak en in het incident
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eisers] – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
(productie E). Op de brief is te zien dat [A] de tussenpersoon was.
De aanvraag voor het Profit Effect is door de adviseur in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomst is op een later moment ondertekend.
- een kopie van de overeenkomst met contractnummer [nummer 1] , voorzien van de tekst:
“Adviseur [nummer 2] [A] B.V.
“Het verlenen van bemiddeling bij het afsluiten van overeenkomsten van verzekering, het verzorgen van financieringen, het voeren van administraties, het verrichten van managementdiensten en de aan- en verkoop van goederen”.
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon maar dit niet is komen vast te staan;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 14.512,43. Zij heeft daarbij rekening gehouden met een bedrag van € 4.573,91 dat Dexia reeds aan haar heeft betaald (vergoeding 2/3e deel van de restschuld exclusief wettelijke rente). Omdat Dexia de berekening niet heeft betwist, zal de kantonrechter uitgaan van dit bedrag.
beslissing)