Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding,
- het incidentele verzoek ex artikel 195 Rv Pro, tevens houdende de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie,
- de conclusie van antwoord op het incidentele verzoek tevens houdende repliek in conventie en van (voorwaardelijk) antwoord in reconventie, tevens houdende de incidentele vordering ex artikel 194 Rv Pro,
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties in conventie.
3.3. De feiten
€ 6.090,66 aan leasetermijnen aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [eisers] € 478,27 aan dividenden en claims ontvangen en € 151,70 aan fiscaal voordeel genoten. Op 18 januari 2012 heeft Dexia een bedrag van € 8.203,16 aan [eisers] uitgekeerd, volgens Dexia tweederde van de restschuld inclusief reeds verschenen rente.
n conventie en in reconventie in de hoofdzaak en de verzoeken in het incidentalgemeen
15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8462), dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is geen reden om thans anders te oordelen. De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd, die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd.
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eisers] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van de overeenkomst met contractnummer [nummer 1] , voorzien van de tekst:
“Adviseur: [nummer 3] - [A] ”;
“Adviseur: [nummer 3] - [A] ”;
‘uitoefening van een assurantiebemiddelings- bedrijf o.m. inhoudende bemiddelen in assurantiën, financieringen, hypotheken en pensioenen, alsmede het geven van adviezen ter zake hiervan’;
(…)Om de doelstelling van eerder stoppen met werken toch te halen is gekozen om het verschil te beleggen via de Profit Effect plannen. Deze belegging is op basis van onderzoek van de consumentenbond door mij gekozen (onderzoek was toen bijgevoegd). Het onderzoek was gebaseerd op het maandelijks aangaan van bovengenoemde plannen gedurende een periode van 20 jaar (dus ook inclusief de krach van 1987 en de golfcrisis van 1992). De resultaten waren verbluffend goed. Geen van de nagebootste plannen zou minder dan 20% rendement per jaar op het ingelegde geld behalen!(…)”-de correspondentie tussen [eisers] en Dexia van 31 december 2002
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
Omdat het partijdebat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie worden de kosten in reconventie tot op heden begroot op nihil.
€ 100,00