ECLI:NL:RBOBR:2026:5031
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor strijdige bouwwerken en gebruik natuurpercelen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel aan haar heeft opgelegd vanwege het aanbrengen van oppervlakteverharding en het oprichten van bouwwerken op percelen met de bestemming 'Natuur'. De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen deze overtredingen, die in strijd zijn met het bestemmingsplan en zonder omgevingsvergunning zijn uitgevoerd.
Eiseres voerde onder meer een beroep op overgangsrecht aan, stellende dat bepaalde bouwwerken en gebruik al decennia aanwezig waren. De rechtbank concludeert echter dat het kookgebouw niet onder het overgangsrecht valt omdat het niet was toegestaan onder het oude bestemmingsplan en dat het gebruik van de percelen als moestuin, kruidentuin en bloementuin niet is toegestaan binnen de bestemming 'Natuur'. Ook de oppervlakteverharding is zonder vergunning aangebracht en niet noodzakelijk voor het beheer van natuur.
Verder stelde eiseres dat het handhavingsbesluit onevenredig is en dat er sprake zou zijn van een toezegging van de burgemeester dat bepaalde flora mocht blijven. De rechtbank oordeelt dat het enkele tijdsverloop en de beleidsregels het handhavend optreden rechtvaardigen en dat er geen geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is. De begunstigingstermijn en de hoogte van de dwangsommen zijn volgens de rechtbank passend en niet onredelijk.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.