ECLI:NL:RBOVE:2024:2220
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking en terugvordering PW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontving sinds 2016 een PW-uitkering en werd in 2023 geconfronteerd met intrekking van de uitkering over juni tot en met augustus 2018 en een terugvordering van €3.812,33, plus een boete van €717,36 wegens het niet melden van inkomsten uit werkzaamheden. De rechtbank stelt vast dat eiser inderdaad werkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving die niet waren gemeld, waarmee hij zijn inlichtingenplicht schond.
De rechtbank oordeelt echter dat het college het recht op bijstand schattenderwijs had kunnen vaststellen, waardoor de uitkering niet geheel had mogen worden ingetrokken. Op basis van de meest nadelige uitleg wordt het terugvorderingsbedrag vastgesteld op €1.950,-. De rechtbank wijst het beroep van eiser toe tegen de intrekking en de hoogte van de terugvordering.
Verder wordt overwogen dat de terugvordering niet is verjaard, omdat het college pas na onderzoek voldoende duidelijkheid had over de vordering. De opgelegde boete wordt echter herroepen vanwege het lange tijdsverloop tussen de overtreding en de boeteoplegging, waarbij het college verantwoordelijk wordt gehouden voor de vertraging. De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank herroept de intrekking en boete, stelt het recht op bijstand en terugvordering vast op €1.950,- en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.