Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Inleiding
Het besluit en wat daaraan voorafging
Beoordeling door de rechtbank
30 december 2020 [8] niet overeind kan blijven. Eiseres heeft, nogmaals, verwezen naar de policy brief van de Commissie Meijers over dit onderwerp [9] , een rapport van de UN Special Rapporteur [10] , een rapport van het ISI [11] en een expert opinion van de Migration Law Clinic [12] .
- bijvoorbeeld door informatie op te vragen over de positieve gedragsveranderingen bij eiseres - omdat het in dit geval om een belastend besluit gaat en de bewijslast bij de staatssecretaris ligt. Die bewijslast ligt bij de intrekking inderdaad bij de staatssecretaris, in die zin dat de staatssecretaris moet onderbouwen dat sprake is van omstandigheden op grond waarvan in beginsel tot intrekking van het Nederlanderschap kan worden overgegaan. Vervolgens is het echter aan eiseres om omstandigheden naar voren te brengen en te onderbouwen waaruit volgt dat in haar specifieke geval van intrekking zou moeten worden afgezien. Eiseres is bij uitstek degene die kennis heeft van dergelijke omstandigheden en die ook over stukken beschikt of kan beschikken om deze omstandigheden te onderbouwen. De staatssecretaris moet eiseres enkel in de gelegenheid stellen om dergelijke feiten en omstandigheden naar voren te brengen, wat in deze zaak ook is gebeurd. Hij hoeft dus niet uit eigen beweging stukken op te vragen over het gedrag van eiseres. [19] De verwijzing van eiseres naar rechtspraak van het HvJ [20] kan eiseres niet baten, nu ook daaruit geen onderzoeksplicht volgt zoals eiseres die voorstaat.
12 november 2021 [26] heeft overwogen dat zij, anders dan de reclassering, niet de overtuiging heeft gekregen dat eiseres afstand heeft genomen van een ideologie waarin geweld wordt gerechtvaardigd. In het vonnis van de rechtbank Rotterdam is meegenomen dat eiseres naar Nederland is teruggekeerd. De rechtbank ziet in dat wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank Rotterdam niet te volgen. De staatssecretaris heeft zich in het primaire besluit van 23 februari 2023 verder terecht op het standpunt gesteld dat uit de overgelegde rapportages die de gedragingen van eiseres gedurende haar detentie weergeven, naar voren komt dat haar gedrag op veel punten als positief wordt beoordeeld, in termen van de normen die gelden voor gedetineerden. De rechtbank is het echter ook met de staatssecretaris eens dat de rapportages geen conclusies trekken over de gevaren van recidive en dat daaruit ook niet volgt dat eiseres afstand heeft genomen van een ideologie waarin geweld wordt gerechtvaardigd. [27] Eiseres heeft nadien geen stukken overgelegd waarin die conclusie wel wordt getrokken of die conclusie anderszins daaruit kan worden afgeleid. De enkele stelling dat eiseres zou zijn overgeplaatst naar een reguliere afdeling, is voor de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat zij geen actuele bedreiging meer vormt. Eiseres heeft de beslissing tot overplaatsing niet overgelegd, noch eventuele onderliggende stukken waaruit volgt op grond waarvan tot dat besluit is gekomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij is gederadicaliseerd. De staatssecretaris heeft in de gestelde gedragsverandering bij eiseres dan ook geen aanleiding hoeven zien om van de intrekking af te zien.