De zaak betreft een effectenleaseovereenkomst tussen [partij A] en Dexia Nederland B.V., waarbij [partij A] namens een ontbonden gemeenschap procedeert. De overeenkomst werd via tussenpersoon AFAB B.V. afgesloten, die niet beschikte over de benodigde vergunning voor beleggingsadvies. Dexia had moeten weten dat de tussenpersoon persoonlijk adviseerde, wat verboden was.
De rechtbank oordeelt dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door de overeenkomst aan te gaan ondanks het ontbreken van een vergunning bij de tussenpersoon en het ontbreken van adequate controle op Dexia's zijde. [partij A] heeft schade geleden bestaande uit betaalde termijnen en restschuld, welke volledig voor rekening van Dexia komt.
Dexia's verweer dat er geen sprake was van vergunningplichtig advies wordt verworpen wegens onvoldoende concrete betwisting. De vorderingen van [partij A] worden toegewezen, waaronder schadevergoeding van €3.463,39 plus wettelijke rente en proceskosten. De incidentele vordering van Dexia tot inzage van het intakeformulier wordt afgewezen vanwege het verschoningsrecht van de gemachtigde.
De rechtbank wijst de reconventionele vorderingen van Dexia af en veroordeelt Dexia in de proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en gebaseerd op bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad en gerechtshoven over effectenleaseproducten en zorgplicht van financiële instellingen.