Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 15 oktober 2025;
- conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie;
- conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie;
- conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie;
- conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende akte uitlaten producties in conventie.
3.De feiten
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig jegens [partij A] heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortgeschoten jegens [partij A] ;
- voor recht zal verklaren dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is om deze schade te vergoeden;
- Dexia zal veroordelen om de schade die [partij A] door het onrechtmatig handelen van Dexia heeft geleden, te vergoeden en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Dexia te voldoen al hetgeen [partij A] heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van [partij A] , vermeerderd met de wettelijke rente;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
- voor recht zal verklaren dat Dexia na betaling aan [partij A] van een bedrag van € 4.921,72 te vermeerderen met de wettelijke rente, met betrekking tot de tussen haar en [partij A] gesloten overeenkomst met nummers [contractnummer] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [partij A] is verschuldigd;
- [partij A] ex artikel 195 Rv Pro zal veroordelen om Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier althans van andere schriftelijke documenten waaraan de door Leaseproces, namens [partij A] , in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen zijn ontleend;
- [partij A] zowel in conventie als in reconventie zal veroordelen in de proceskosten.
- er is sprake van huurkoop;
- er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden, evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
- Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
- [partij A] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen;
- er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade van [partij A] en de onrechtmatige daad van Dexia.
Spaar Select. Tussen partijen is niet in geschil dat deze tussenpersoon niet beschikten over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022, [3] heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR Pro 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR Pro 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenleaseovereenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven.
NLG 40.800,00 te veel voor hem was, waarop [adviseur] het advies gaf om een Overwaarde Effect overeenkomst af te sluiten met een vooruitbetaling van NL 26.400,00. Daarvoor moest [partij A] nog steeds de vooruitbetaling voldoen vanuit de volledige afkoopsom en een gedeelte van zijn spaargeld. [partij A] stelt dat de Overwaarde Effect overeenkomst volgens [adviseur] gezien zijn wens, financiële situatie en het beschikbare geldbedrag, de geschikte overeenkomst was en zou hij aanzienlijk vermogen opbouwen, waardoor [partij A] zijn wens om de boerderij te verbouwen en een financiële reserve te genereren, zou realiseren.
- een kopie van de Overwaarde Effect overeenkomst met nummer [contractnummer] van 9 april 1999, op naam van [partij A] met vermelding van een de lease-som van
- een kopie van een brief van [adviseur] aan [partij A] op briefpapier van Spaar Select met als bijlage een Prognose Capital Effect met een investering van NLG 40.800,00 waarover [adviseur] in de brief schrijft: ‘
€ 100,00(plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)
6.De beslissing
€ 82,00;