ECLI:NL:RBROT:2013:BY9417
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit AFM wegens onvoldoende rekening houden met beperkte ernst overtreding
De zaak betreft een bestuurlijke boete opgelegd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan [A] wegens overtreding van artikel 4:19, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De boete van oorspronkelijk € 62.500 werd door AFM vastgesteld na een basisbedrag van € 500.000 met een verhoging wegens verwijtbaarheid en een verlaging wegens beperkte draagkracht. De rechtbank oordeelt dat AFM onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkte ernst van de overtreding, mede omdat [A] in haar prospectus en op haar website duidelijke risico-informatie verstrekte.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de besluiten van AFM niet kunnen standhouden wat betreft de openbaarmaking van de boeteoplegging. De rechtbank acht het redelijk dat AFM alleen het besluit publiceert dat na toepassing van de bestuurlijke lus is genomen, en niet het primaire boetebesluit of eerdere beslissingen.
De rechtbank stelt een tussenuitspraak vast op grond van artikel 8:80a van de Awb, waarbij AFM wordt verzocht de gebreken in haar besluiten te herstellen. [A] krijgt de gelegenheid om binnen vier weken een accountantsverklaring over de financiële cijfers van de eerste negen maanden van 2012 te overleggen, waarna AFM vier weken krijgt om een nieuw besluit te nemen. De procedure wordt verder aangehouden totdat deze stappen zijn voltooid.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het boetebesluit deels en stelt een procedure in voor matiging van de boete na accountantsverklaring.