ECLI:NL:RBROT:2018:9361
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schending inlichtingenplicht bij bijstandsverlening leidt tot herziening, terugvordering en boete
Eiser ontving vanaf 2 januari 2011 bijstand en werd financieel ondersteund door zijn ouders, wat hij niet meldde aan verweerder. Na onderzoek, waarbij eiser meerdere keren werd gehoord en bankafschriften werden opgevraagd, concludeerde verweerder dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden. Hierdoor werd de bijstand herzien en een bedrag van ruim €39.000 teruggevorderd, tevens werd een boete opgelegd.
Eiser voerde aan dat de ontvangen bedragen giften waren voor biologische boodschappen en financiering van zijn bedrijf, en dat hij niet wist dat hij dit moest melden. De rechtbank oordeelde dat kasstortingen en bankbijschrijvingen als inkomen gelden volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. Eiser kon niet aannemelijk maken dat het saldo op zijn bankrekening niet voor levensonderhoud werd gebruikt.
De rechtbank stelde dat de inlichtingenplicht duidelijk is vastgelegd in de Participatiewet en dat eiser deze plicht heeft geschonden. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Ook de boete werd bevestigd omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat eiser bewust geen melding maakte. Het beroep tegen beide besluiten werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroepen tegen herziening en boete wegens schending inlichtingenplicht worden ongegrond verklaard.