Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 maart 2022 in de zaak tussen
[vennootschap 1]( [vennootschap 1] ),
[Vennootschap 2]( [Vennootschap 2] ),
Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM), verweerster,
Procesverloop
Overwegingen
(A) en (iii) andere uitnodigingen voor (update)bijeenkomsten waar de resultaten van de investeringen van [Vennootschap 2] werden toegelicht. Ook deze uitnodigingen zijn steeds door [vennootschap 1] (A) aan obligatiehouders verzonden, waarbij obligatiehouders ook steeds is gevraagd eventuele e-mails te sturen aan [Naam] . Dit is hetzelfde emailadres dat ook in het Memorandum en andere documenten steeds als contactgegevens wordt vermeld.
€ 28,6 miljoen voor [Vennootschap 4] onvoldoende is onderbouwd en een niet realistisch karakter heeft nu er ultimo 2017 negatieve operationele kasstromen waren bij [Vennootschap 4] . Daarbij geldt dat de AFM zich bij haar onderzoek heeft geconcentreerd op de waardering van [Vennootschap 4] omdat [Vennootschap 4] veel hoger is gewaardeerd dan [Vennootschap 5] (respectievelijk € 28,6 miljoen en
€ 4,7 miljoen).
De AFM maakt [vennootschap 1] in dit verband niet zozeer het verwijt dat het Memorandum op dit punt onjuist of misleidend is, maar dat [Vennootschap 2] in weerwil van de tekst ervan in haar jaarrekeningen van 2017 en 2018 de genoemde nettovermogenswaarde had moeten hanteren, nu de jaarrekeningen van [Vennootschap 2] de enige officiële documenten waren die de investeerders zouden hebben kunnen raadplegen en zij ervan uit moeten kunnen gaan dat die jaarrekeningen conform het jaarrekeningenrecht zijn opgesteld.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op:
- de heroverweging van lastonderdeel 6 en voor zover het betrekking heeft op de openbaarmaking van de tekstgedeelten in het primaire besluit die zijn genoemd in de overwegingen hiervoor onder 74, 75 en 76;
- de heroverweging van lastonderdeel 1 de laatste zin (‘Hierbij dient, voor zover van toepassing, de ‘Mededeling ex artikel 2:362 lid 6 BW Pro’, waarin de fouten zijn hersteld als bijlage te worden toegevoegd’);
- de heroverweging van de publicatie van de tekstgedeelten in het primaire besluit die zijn genoemd in de overwegingen hiervoor onder 74, 75 en 76;
- herroept het primaire besluit voor zover het ziet op lastonderdeel 6 en lastonderdeel 1 de laatste zin (‘Hierbij dient, voor zover van toepassing, de ‘Mededeling ex artikel 2:362 lid 6 BW Pro’, waarin de fouten zijn hersteld als bijlage te worden toegevoegd’) en op de publicatie van deze tekstgedeelten in het primaire besluit en die zijn genoemd in de overwegingen hiervoor onder 74, 75 en 76;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- bepaalt dat de begunstigingstermijn van 25 dagen ingaat de dag na bekendmaking van deze uitspraak;
- bepaalt dat de AFM in haar persbericht opneemt dat zij de begunstigingstermijn heeft verlengd totdat de rechtbank in dit beroep uitspraak heeft gedaan;
- bepaalt dat de AFM aan eiseressen het betaalde griffierecht van € 360 vergoedt;
- veroordeelt de AFM in de proceskosten van eiseressen tot een bedrag van € 3.088,50.
mr. A.C. Rop leden, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 3 maart 2022.