De werknemer is op 22 november 2021 op basis van een leer-/arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst getreden bij de werkgever, met een looptijd tot 31 mei 2022. Tijdens een re-integratiegesprek op 29 maart 2022 gaf de werknemer aan haar opleiding 'on hold' te hebben gezet, wat de werkgever opvatte als een onmiddellijke opzegging van de overeenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat deze mededeling niet kan worden opgevat als een ondubbelzinnige opzegging van de overeenkomst. De werkgever had moeten verifiëren of sprake was van een duidelijke wilsverklaring, wat zij niet heeft gedaan. De ontbindingsaanvraag van de werkgever met terugwerkende kracht wordt afgewezen.
Daarmee is de overeenkomst geëindigd na het verstrijken van de overeengekomen duur, namelijk per 1 juni 2022. De werkgever moet het loon over de periode van 29 maart tot 1 juni 2022 alsnog betalen, vermeerderd met een gematigde wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente. Daarnaast is de werkgever gehouden tot betaling van een transitievergoeding van €224,70, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juli 2022.
De kantonrechter wijst de loonvordering en transitievergoeding toe, veroordeelt de werkgever in de proceskosten en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.