ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7274
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- T. van Rij
- E.G. van Roest
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag en boete wegens verzwegen banktegoed in project Bank Zonder Naam
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van eiser tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 inclusief een vergrijpboete van 100%, opgelegd in het kader van het project Bank Zonder Naam. De aanslag was gebaseerd op gegevens die de Belgische autoriteiten op grond van een Europese richtlijn aan de Nederlandse fiscus verstrekt hadden, betreffende een bankrekening bij een Zwitserse bank.
Eiser had deze rekening niet opgegeven in zijn aangifte en weigerde herhaaldelijk om nadere informatie te verstrekken. De Belastingdienst maakte een redelijke schatting van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen en legde een navorderingsaanslag en boete op. Eiser voerde onder meer aan dat de gegevens onrechtmatig waren verkregen en dat de navorderingstermijn was overschreden.
De rechtbank oordeelde dat de Richtlijn niet rechtstreeks rechten aan eiser verleent en dat de gegevens niet onrechtmatig verkregen waren. De bewijslast was omgekeerd vanwege het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. De schatting van de Belastingdienst werd als redelijk beoordeeld. Wel werd de navorderingsaanslag verminderd conform artikel 2.17 lid 4 Wet IB en de boete gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en vergrijpboete worden verminderd, het beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.