ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Dirks
- I. Obbink – Reijngoud
- S.E. Postema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2002 en 2003, inclusief vergrijpboetes en heffingsrente, opgelegd aan eiseres wegens het niet aangeven van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg (VLB).
De navorderingsaanslagen zijn gebaseerd op gegevens (renseignementen) die via een spontane uitwisseling van informatie tussen Belgische en Nederlandse autoriteiten zijn verkregen. Eiseres erkende aanvankelijk rekeninghouder te zijn van de VLB-rekening, maar betwistte later deze status en de rechtmatigheid van het bewijs. De rechtbank oordeelde dat de gegevens betrouwbaar en authentiek zijn en dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres rekeninghouder was.
De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat sprake zou zijn van onrechtmatig verkregen bewijs en dat niet alle relevante stukken waren overgelegd. Tevens werd geoordeeld dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd op basis van een nieuw feit en dat de omkering van de bewijslast terecht is toegepast. De schatting van het niet opgegeven vermogen werd als redelijk beoordeeld. De opgelegde vergrijpboetes van 100% werden passend geacht, ondanks een overschrijding van de redelijke termijn, waarvoor geen matiging werd toegekend vanwege de geringe boetebedragen. Verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens geringe hoogte van de aanslagen. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes over 2002 en 2003 worden bevestigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.