ECLI:NL:RBUTR:2008:BC1910
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over zorgplicht en aansprakelijkheid Levob Bank bij aandelenleaseovereenkomsten
Eiseres sloot in 2000 vijf aandelenleaseovereenkomsten met Levob Bank, bemiddeld door VSN, waarbij zij geld leende voor beleggingen in aandelen. Na afloop van de looptijd ontstond een restschuld die eiseres betaalde. Eiseres stelde dat de overeenkomsten nietig zijn wegens strijd met wetgeving, dwaling en misbruik van omstandigheden, en dat Levob haar zorgplicht had geschonden door onvoldoende te informeren over de risico's.
De rechtbank oordeelde dat de wet Toezicht Effectenverkeer en de Nadere Regeling niet leiden tot nietigheid van de overeenkomsten. Eiseres had de documenten kunnen lezen en had de inhoud moeten begrijpen. De folder was wervend maar bevatte waarschuwingen over beleggingsrisico's, al waren die niet specifiek over restschuld. De rechtbank verwierp het beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden.
Wel stelde de rechtbank vast dat Levob haar bijzondere zorgplicht jegens particuliere beleggers had geschonden door onvoldoende en onvoldoende specifieke waarschuwingen te geven over het risico van restschuld en door onvoldoende informatie in te winnen over de financiële positie en beleggingsdoelstellingen van eiseres. Levob kon zich niet verschuilen achter de tussenpersoon VSN. De schending kwalificeerde als onrechtmatige daad.
De rechtbank veroordeelde Levob tot betaling van de door eiseres betaalde rente en restschuld, in totaal €26.928,96, vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding, en in de proceskosten. Andere vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Levob wordt veroordeeld tot betaling van €26.928,96 schadevergoeding en proceskosten wegens schending van de zorgplicht.