ECLI:NL:RBUTR:2008:BD2662
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over zorgplicht en schade bij aandelenleaseovereenkomst met restschuld
Op 25 oktober 2000 sloot eiser via BPM Finance een aandelenleaseovereenkomst met Defam en FBN. De overeenkomst combineerde een lening met een effectenlease, waarbij een effectenportefeuille werd gekocht met geleend geld. Na afloop in 2005 bleek de verkoopopbrengst onvoldoende om de lening af te lossen, waardoor een restschuld ontstond van €11.701,90.
Eiser stelde dat Defam tekort was geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende en onvolledige informatie te verstrekken over de risico's van het product, waaronder het risico op restschuld. Defam voerde verweer, onder meer dat zij slechts kredietverstrekker was en dat BPM als tussenpersoon niet aan haar kon worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat Defam als aanbieder van het product een bijzondere zorgplicht had, vergelijkbaar met die van banken, en dat zij deze had geschonden door nalaten om uitdrukkelijk te waarschuwen voor het risico van restschuld en door onvoldoende te verifiëren of eiser het product en de risico's voldoende begreep. De schade bestaat uit de restschuld en de betaalde rente, waarbij de rente als schade wordt erkend.
De rechtbank stelde dat 70% van de schade voor rekening van Defam komt, gelet op de ernst van de schending van de zorgplicht en het feit dat het risico van restschuld onvoldoende was benadrukt. Eiser wordt in de gelegenheid gesteld aanvullende informatie te verstrekken over zijn financiële situatie en belastingaangifte om de schade nader te bepalen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
De procedure wordt aangehouden voor nadere stukken en onderbouwing, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Defam is tekortgeschoten in haar zorgplicht en moet 70% van de schade vergoeden; zaak aangehouden voor nadere vaststelling schade.