Belanghebbende werd als bestuurder aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen van Modehuis B.V. wegens niet tijdige betaling van loonheffing en omzetbelasting. De ontvanger stelde dat de melding van betalingsonmacht niet was gedaan voor latere aanslagen, waardoor aansprakelijkheid bleef bestaan.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende in februari 2012 contact had met de ontvanger en een betalingsregeling was getroffen, waardoor de ontvanger op de hoogte was van de betalingsonmacht. Volgens het arrest BNB 2014/100 hoeft geen nieuwe melding te worden gedaan zolang betalingsachterstand bestaat, tenzij de ontvanger schriftelijk meldt dat betalingsonmacht niet langer aanwezig is.
De ontvanger had deze mededeling niet gedaan, waardoor de melding betalingsonmacht niet verviel. Daarom kon belanghebbende alleen aansprakelijk worden gesteld als sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, wat niet aannemelijk was gemaakt. Het beroep werd gegrond verklaard, de aansprakelijkstelling vernietigd en het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn afgewezen.