In meerdere bestuursrechtelijke zaken heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant besloten om de gemachtigde en vennootschappen waarvan hij aandeelhouder is, te weigeren als vertegenwoordiger van belanghebbenden. Deze beslissing volgt op herhaaldelijk en ernstig beledigend taalgebruik in processtukken, waaronder pleitnota’s die zware aantijgingen bevatten richting de rechterlijke macht, de Belastingdienst en individuele ambtenaren.
De rechtbank motiveert de weigering met het feit dat het taalgebruik de goede procesorde ernstig verstoort en de belangen van de door de gemachtigde vertegenwoordigde partijen kan schaden. Eerdere waarschuwingen en gesprekken met de gemachtigde hebben niet geleid tot structurele verbetering. De vrijheid van meningsuiting wordt erkend, maar is in deze context aan noodzakelijke en proportionele grenzen gebonden.
De weigering geldt voor alle in de bijlage genoemde zaken, ongeacht of in die zaken pleitnota’s zijn ingediend. De rechtbank zal de betrokken partijen informeren en belanghebbenden de mogelijkheid bieden binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen. De pleitnota’s met het ongepaste taalgebruik worden buiten beschouwing gelaten, maar blijven onderdeel van het procesdossier.
Deze tussenuitspraak is definitief en kan alleen samen met het rechtsmiddel tegen de einduitspraak worden bestreden.