ECLI:NL:RBZWB:2023:1286
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke handelsrente behoort tot resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende ontving na een gerechtelijke procedure een betaling van €500.000 vermeerderd met wettelijke handelsrente van €291.050. De kern van het geschil was of deze rentevergoeding ook tot het resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) behoort.
De rechtbank stelde vast dat de hoofdsom van €500.000 onbetwist tot het ROW behoort en beoordeelde vervolgens of de rentevergoeding eveneens in de ROW-sfeer is opgekomen. Gezien het zakelijke verband met de werkzaamheden en het feit dat belanghebbende als resultaatgenieter wordt aangemerkt, concludeerde de rechtbank dat de rentevergoeding terecht tot het ROW is gerekend.
Belanghebbende voerde subsidiar de foutenleer aan voor een redelijke tegemoetkoming, omdat de vordering niet tijdig was aangegeven. De rechtbank verwierp dit, omdat de rentevergoeding een nagekomen bate is die voortvloeit uit de vertraging in betaling en niet uit een fout in de aangifte.
Ook de belastingrente was terecht in rekening gebracht. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de wettelijke handelsrente tot het resultaat uit overige werkzaamheden behoort.