Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar toeslagenaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 3 januari 2024 verweerder had opgedragen binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft besloten. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op na verzending van deze uitspraak.
Daarnaast wordt verweerder een dwangsom van €250 per dag opgelegd, met een maximum van €37.500, conform het landelijke beleid. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen, maar dit verzoek wordt afgewezen.
Verder moet verweerder het griffierecht van €51 en proceskosten van €437,50 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 27 augustus 2024.