Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend, mede gelet op het overgangsrecht en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft beslist dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het uitsluiten van buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen van de regeling van afdrachtvermindering. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken of prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.
Belanghebbende heeft ook een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn gevorderd. De rechtbank acht de procedures samenhangend en kent een vergoeding toe van € 2.000, alsmede een proceskostenvergoeding van € 226,75.
De beroepen worden ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven, maar de immateriële schadevergoeding en proceskosten worden toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter Bastiaansen en griffier Van Wijk op 12 juni 2025.