Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 5 maart 2025;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende de eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie, tevens houdende de conclusie van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie, tevens houdende de conclusie van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties in conventie.
3.3. De feiten
4.De vordering en het verweer in de hoofdzaak en in het incident
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [leasenemer] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
- voor recht zal verklaren dat [leasenemer] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
- Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [leasenemer] van al datgene dat [leasenemer] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [leasenemer] met rente,
- Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten met rente.
5.De beoordeling van de vorderingen in de hoofdzaak en in het incidentalgemeen5.1. Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 à 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [leasenemer] .
“(…) [leasenemer] heeft [tussenpersoon] telefonisch benaderd omdat hij interesse had in een levensverzekering als oudedagsvoorziening. De medewerker van [tussenpersoon] stelde voor om een afspraak
- kopieën van de aanvraagformulieren van 27 december 2001 op naam van [leasenemer] , waarop ATP-nummer [kenmerk] is ingevuld,
- kopieën van de overeenkomsten van 21 maart 2002 met contractnummers [nummer 1] en [nummer 2] , voorzien van de tekst:
“Adviseur [kenmerk] - [tussenpersoon] B.V.”,
- een stuk zonder opschrift, op naam van [leasenemer] voorzien van rekenvoorbeelden,
€ 135,00