ECLI:NL:RBZWB:2026:2357
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering herziening intrekking WAO-uitkering bij CVS
Deze tussenuitspraak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op de intrekking van haar WAO-uitkering per 20 juni 2005. Eiseres lijdt aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) en stelt dat de herbeoordeling in 2005 onzorgvuldig en onjuist is uitgevoerd, mede vanwege het niet toepassen van de moties van de Tweede Kamer die erkenning van CVS als ziekte beogen.
De rechtbank analyseert de medische rapportages van de primaire verzekeringsarts en de bezwaar-verzekeringsarts, die concluderen dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) zijn en dat de oorspronkelijke beoordeling volgens de destijds geldende regels is uitgevoerd. Eiseres betwist dit en vraagt om inschakeling van een onafhankelijk medisch deskundige.
De rechtbank constateert dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet terugkomt op het besluit, met name omdat de verzekeringsartsen niet expliciet hebben getoetst aan de interne instructie (Incidentele Mededeling) die voortvloeit uit de moties. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek.
De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid dit gebrek binnen acht weken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks op 30 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid het motiveringsgebrek in het besluit tot weigering herziening WAO-uitkering binnen acht weken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan.