Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Dienst Toeslagen op zijn aanvraag om compensatie. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van zeven weken was gesteld, die niet is nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, en legt een nieuwe beslistermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak op, tenzij bijzondere omstandigheden een langere termijn rechtvaardigen. Verweerder had verzocht om een termijn van 60 weken, maar de rechtbank wijst dit af en bevestigt de wettelijke termijn.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om de rechterlijke dwangsom vast te stellen en wijst erop dat eiser zich daarvoor tot de burgerlijke rechter moet wenden.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 8 mei 2026.