ECLI:NL:RVS:1996:ZF2229
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit erkenning APK-keuringsplaats wegens onevenredigheid sanctie
Appellant, de Minister van Verkeer en Waterstaat, trok op 3 april 1995 de erkenning in van [vergunninghouder] B.V. voor het uitvoeren van APK-keuringen vanwege een overtreding van artikel 32, derde lid, van de Erkenningsregeling APK. Deze overtreding hield in dat de bevoegde keurmeester niet aanwezig was bij een steekproefherkeuring.
[Vergunninghouder] stelde bezwaar en beroep in tegen het besluit. De president van de rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit, omdat de belangenafweging door appellant onvoldoende was gemotiveerd en de sanctie onevenredig zwaar was in verhouding tot de overtreding.
De Raad van State bevestigt de vernietiging van het intrekkingsbesluit en oordeelt dat de bestuursrechter bij sanctietoetsing een strengere toets moet toepassen op de evenredigheid van de sanctie. De Raad stelt dat een eenmalige, niet-opzettelijke overtreding van een formeel voorschrift niet zonder nadere motivering de zwaarste sanctie rechtvaardigt.
Daarnaast vernietigt de Raad de uitspraak van de president voor zover het primaire besluit van 3 april 1995 werd vernietigd, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. De Raad veroordeelt appellant tot vergoeding van proceskosten aan [vergunninghouder].
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het intrekkingsbesluit wegens onvoldoende belangenafweging en onevenredigheid van de sanctie.