Uitspraak
201101576/1/V2), kan een bevoegd gedane intrekking van een beroep na afloop van de beroepstermijn niet meer ongedaan worden gemaakt, tenzij er sprake is van aan betrokkene niet toe te rekenen omstandigheden waar hij in een situatie van dwaling verkeerde of blijkt van dwang of bedrog van enige zijde teneinde de betrokkene te bewegen het beroep in te trekken. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de omstandigheid dat de Belastingdienst geen griffierecht heeft vergoed, geen omstandigheid is als hiervoor bedoeld. Zoals volgt uit overweging 6.1, had het voor [appellant] duidelijk moeten zijn dat de Belastingdienst het griffierecht alleen zou vergoeden en derhalve aan [appellant] uitkeren als het door [appellant] zelf ook daadwerkelijk was betaald en dat, nu dat niet het geval is, [appellant] had kunnen begrijpen dat de toezegging geen gestand zou worden gedaan. De rechtbank is dan ook terecht tot het oordeel gekomen dat de intrekking niet ongedaan kon worden gemaakt.
200901365/2/H2) volgt dat geen aanspraak op een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM bestaat in de situatie waarin de behandelingsduur in de bezwaarfase te lang is geweest maar het geschil daarna niet aan de rechter is voorgelegd. Nu [appellant] zijn beroep van 6 januari 2010 heeft ingetrokken, heeft de rechtbank de vordering van [appellant] tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn reeds daarom terecht afgewezen.