Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Indien u het niet eens bent met de naheffingsaanslag:
ons kenmerkvermelden
Wet openbaarheid van bestuur] inzake [persoon A] . [persoon A] was een klant van mij in een Wob-zaak. Ik wijs in dit verband op de brief d.d. 5 augustus 2013 van de gemeente Haarlem aan [persoon A] [
Hof: zoals vermeld onder 2.11]. In die brief is een faxnummer [
Hof: het onderhavige faxnummer] van de gemeente Haarlem vermeld. Als ik een dergelijke brief ontvang, dan verwerk ik het faxnummer direct in mijn correspondentie-systeem. Voordat ik het bezwaarschrift aan dit nummer heb gefaxt, heb ik het nummer gegoogeld en op die manier op internet gepubliceerde brieven van de gemeente Haarlem gevonden waaruit bleek dat dit nummer nog steeds in gebruik was bij de gemeente; ik verwijs naar de door mij overgelegde bewijsstukken. Ik maak van dat nummer niet systematisch gebruik, ik gebruik het weinig.
Hof: gerechtshof Den Haag 25 april 2017, nrs. BK-16/00412 en BK-16/00413, ECLI:NL:GHDHA:2017:1186]. Het is u opgevallen dat in die zaak ook niet direct duidelijk was dat het desbetreffende bezwaarschrift was bestemd voor de afdeling gemeentebelastingen, ook omdat dat bezwaarschrift was gefaxt naar een faxnummer van de gemeenteraad. Is hier sprake van een repeterend patroon? (…) Ik begrijp dat u met uw opmerking refereert aan artikel 6:15, derde lid, van de Awb maar dat is geen bepaling die het Hof als rechtsnorm van openbare orde ambtshalve moet toetsen. Ik heb zojuist zelf het artikel genoemd maar dat was enkel ter onderbouwing van mijn betoog en ik vind het ‘flauw’ dat u nu inhaakt op dit artikel. Ik vind uw vraagstelling suggestief.
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Stb.2002, 53) verruimd. Op grond van het sindsdien geldende voorschrift is het tijdstip van indiening van het bezwaarschrift bij het onbevoegde bestuursorgaan bepalend voor het antwoord op de vraag of belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag, behoudens in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. In de memorie van toelichting is over de laatstgenoemde criterium onder meer het volgende opgemerkt (
Kamerstukken II1998/99, 26 523, nr. 3, blz. 6):
Kamerstukken II2000/01, 26 523 enz., nr. 11, blz. 23):
- rechtbank Rotterdam 2 juli 2014, ECLI:NL: RBROT:2014:5265, onderdeel 4.5 (bezwaarschrift willens en wetens verzonden aan antwoordnummer van verweerder);
- rechtbank Gelderland 17 maart 2015, ECLI:NL:RBGEL: 2015:1707, onderdeel 1 (het verzoek om informatie, de ingebrekestelling en het bezwaarschrift zijn blijkens de adressering daarvan aan een ander postbusnummer en/of faxnummer verzonden dan door verweerder in de correspondentie is vermeld);
- ABRvS 19 november 2014, nr. 201311752/1/A3, ECLI:NL:RVS:2014:4129, r.o. 6.7 (weliswaar hebben de gemachtigden hun correspondentie steeds gericht aan een aan de CVOM toebehorend postadres of faxnummer, doch meermalen ging het daarbij om een postadres of faxnummer dat afwijkt van het aan hen medegedeelde postadres of faxnummer van het "Cluster Wob" van de CVOM of van een ander postadres of faxnummer dat met het oog op een eventuele reactie was vermeld in het besluit of de brief waarop zij reageerden)
- ABRvS 17 mei 2015, nr. 201402059/1/A3, ECLI:NL:RVS:2015:1623, r.o. 1.3 (correspondentie steeds gericht aan een aan de CVOM toebehorend postadres of faxnummer dat afwijkt van het aan hem in eerdere zaken meegedeelde en hem derhalve bekende postadres of faxnummer van het "Cluster Wob" van de CVOM);
- ABRvS 27 januari 2016, nr. 201311805/1/A3, ECLI:NL:RVS:2016:157 (bevestiging in hoger beroep van uitspraak rechtbank Rotterdam 24 december 2013, ECLI:NL:RBROT: 2013:10272), r.o. 3.5 (Ook heeft gemachtigde de bezwaarschriften en ingebrekestellingen gefaxt naar faxnummer 030-2903870, terwijl de minister in alle brieven over de Wob het faxnummer 030-2903876 had vermeld)
- ABRvS 16 maart 2016, nr. 201505447/1/A3, ECLI:NL:RVS:2016:701 (uitspraak op hoger beroep tegen uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 juni 2015, ECLI:NL: RBZWB:2015:4328), r.o. 1.2 (hoewel de minister hem meermaals heeft verzocht zijn correspondentie aan het daarvoor bestemde postadres of faxnummer te richten, evenals in de zaken die tot voormelde uitspraken van de Afdeling hebben geleid, zijn in het thans voorliggende geval de verzoeken, de ingebrekestellingen en het bezwaarschrift niet naar het juiste postadres en faxnummer verstuurd).