ECLI:NL:RVS:2014:850
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid bekering
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, waarbij zij stelde in 2010 tot het christendom te zijn bekeerd. De minister wees de aanvraag af omdat de bekering niet aannemelijk was gemaakt. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde aanvullende stukken, waaronder een doopakte en verklaringen van kerkelijk werkers, onvoldoende waren om de bekering aannemelijk te maken. De Raad wees op de vaste gedragslijn van de staatssecretaris waarbij wordt gevraagd naar motieven, geloofspraktijken en innerlijke beleving.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling onvoldoende inzicht gaf in haar geloofsbeleving en praktische invulling van het geloof. Ook werden de aangevoerde emotionele en logistieke belemmeringen om eerder te verklaren niet aannemelijk geacht.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning omdat de bekering niet aannemelijk is gemaakt.