ECLI:NL:RVS:2016:1917
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunningen voor paardenstal na langdurige stilstand bouw
Het college van burgemeester en wethouders van Haaren trok bij besluit van 14 oktober 2014 vier omgevingsvergunningen in die waren verleend voor het bouwen van een paardenstal op een perceel te Haaren. De intrekking was gebaseerd op het feit dat de bouwwerkzaamheden te vaak en te lang stillagen. De vergunninghouder en betrokkenen stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van één appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan persoonlijk belang, vernietigde het besluit voor drie vergunningen en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de appellanten incidenteel hoger beroep instelden tegen de niet-ontvankelijkverklaring. De Raad van State oordeelde dat de appellant die als bestuurder van een rechtspersoon optrad, geen persoonlijk belang had en de rechtbank terecht zijn beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Vervolgens bevestigde de Afdeling dat het college bevoegd was de vergunningen in te trekken omdat gedurende een periode van 26 weken geen bouwactiviteiten waren verricht, ook al was er na die periode nog enige activiteit geweest.
De Afdeling overwoog dat het college bij de belangenafweging terecht had meegewogen dat de werkzaamheden fragmentarisch en niet structureel waren, dat de vergunninghouder onvoldoende concreet plan had ingediend en dat het voorkomen van slapende vergunningen een zwaarwegend belang was. Het incidenteel hoger beroep werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van het college gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze het besluit tot intrekking van de drie bouwvergunningen betrof. Het besluit van het college bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van drie omgevingsvergunningen voor het bouwen van een paardenstal wordt bevestigd.