ECLI:NL:RVS:2017:3224
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen schorsing rijbewijs en onderzoek rijvaardigheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant een onderzoek naar haar rijvaardigheid op en schortte haar rijbewijs op na een aanrijding waarbij zij vermoedelijk het verkeerde pedaal intrapte. Appellant werkte niet mee aan het onderzoek, waarna het CBR haar rijbewijs ongeldig verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de schorsing niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat het beroep niet tot teruggave van het rijbewijs kon leiden.
In hoger beroep betoogde appellant dat het onderzoek onrechtmatig was opgelegd en dat vernietiging van dat besluit ook de ongeldigverklaring van haar rijbewijs zou moeten opheffen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen procesbelang heeft omdat het besluit tot ongeldigverklaring onherroepelijk is en het beroep niet tot een gunstiger positie kan leiden.
De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie waarin bij educatieve maatregelen wel procesbelang werd aangenomen, maar stelde dat dit niet geldt voor een onderzoek naar rijvaardigheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep bevestigd.