ECLI:NL:RVS:2018:1360
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling voorschot kinderopvangtoeslag wegens ontbreken bewijs kosten en overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag van appellante over 2014 herzien en vastgesteld op nihil omdat zij niet de gevraagde informatie over de opvang heeft verstrekt. Appellante voerde aan dat zij wel betaalbewijzen had overgelegd en dat de overeenkomst door het gastouderbureau moest worden aangeleverd. De rechtbank oordeelde dat zonder de gevraagde stukken het recht op toeslag niet kan worden vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. Volgens de wet moet de belanghebbende aantonen dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en betaald, en dat de opvang plaatsvindt op basis van een schriftelijke overeenkomst met het gastouderbureau. Appellante heeft niet voldaan aan deze bewijsverplichting.
Verder is het betoog dat de kosten als schenking moeten worden beschouwd verworpen, omdat de regeling vereist dat de kosten daadwerkelijk door de vraagouder zijn gedragen. Ook het beroep op de vervaltermijn van artikel 19 Awir Pro faalt, omdat de herziening binnen de wettelijke termijn is genomen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van het voorschot kinderopvangtoeslag bevestigd.