ECLI:NL:RVS:2019:1726
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit mvv-aanvraag en inburgeringsexamen
Appellante, met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende in 2011 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. Deze aanvraag werd afgewezen vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste, ondanks haar medische aandoeningen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het inburgeringsvereiste in strijd was met Europese richtlijnen, maar het Hof van Justitie stelde dat het examen als voorwaarde gerechtvaardigd kan zijn mits het niet onredelijk bezwarend is.
Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding wegens het onrechtmatige besluit van 2011, stellende dat dit haar recht op gezinshereniging heeft geschonden. De staatssecretaris stelde dat geen causaal verband bestond tussen het besluit en de schade. De rechtbank wees de vordering af, en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling overwoog dat het inburgeringsvereiste gerechtvaardigd is en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar medische toestand haar verhinderde het examen af te leggen. Tevens werd benadrukt dat het beleid na 2015 is aangepast met een nieuwe ontheffingsclausule voor bijzondere individuele omstandigheden. Het causaal verband tussen het onrechtmatige besluit en de schade werd niet bewezen geacht, waardoor de afwijzing van de schadevergoeding standhoudt.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van oorzakelijk verband met het onrechtmatige besluit.