ECLI:NL:RVS:2019:4163
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit vreemdelingenrecht
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, waarin zijn verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb werd afgewezen. Appellant stelde materiële en immateriële schade te hebben geleden door onrechtmatige besluitvorming van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het primaire besluit van 3 april 2014 rechtmatig was, maar het besluit van 24 oktober 2014 onrechtmatig werd verklaard vanwege ondeugdelijke motivering. De staatssecretaris had echter aannemelijk gemaakt dat hij ook zonder dat motiveringsgebrek hetzelfde besluit zou hebben genomen, omdat appellant onvoldoende positieve gedragsverandering had getoond.
Verder werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade afgewezen, omdat appellant onvoldoende concrete gegevens had aangevoerd waaruit geestelijk letsel kon worden vastgesteld. Ook aanspraken op vergoeding van boetekosten en plaatsvervangende hechtenis werden afgewezen wegens ontbreken van causaal verband.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige besluitvorming wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.