ECLI:NL:RVS:2019:201
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woningtoewijzing wegens niet voldoen woonduureis
Appellante, woonachtig in Amsterdam met haar minderjarige kinderen, verzocht om een urgentieverklaring voor woningtoewijzing, welke door het college werd afgewezen omdat niet alle gezinsleden de vereiste woonduur van twee jaar in Amsterdam hadden voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante betoogde dat zij onder een bijzondere categorie woningzoekenden viel die aansluitend op maatschappelijke opvang woonruimte zoekt en dat de woonduureis onredelijk en discriminerend was, met name omdat één kind nog niet twee jaar in Amsterdam woonde. De Raad van State oordeelde dat appellante niet tot deze bijzondere categorie behoorde en dat de woonduureis een algemene, redelijke eis is om fraude te voorkomen en de druk op de sociale woningvoorraad te beheersen.
Verder werd het beroep op het belang van de kinderen en internationale verdragen zoals het EVRM en IVRK verworpen, omdat het bestuursorgaan voldoende rekening had gehouden met de belangen van de kinderen en de schrijnende situatie niet zodanig was dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was.
De Raad van State concludeert dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd vanwege het niet voldoen aan de woonduureis.