Uitspraak
Datum uitspraak: 30 september 2019
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
201803222.1/V1
201900384.1/V1
voorzitter griffier
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Op 12 augustus 2016 weigerde de staatssecretaris de vreemdeling toegang tot de vrijheidsbeperkende locatie (VBL) te Ter Apel. De vreemdeling maakte bezwaar en startte meerdere procedures tegen besluiten van de staatssecretaris over onder meer het aanbod van opvang en medische zorg.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht is meer te bieden dan het verblijf in de VBL met toegang tot medische voorzieningen aldaar. Dit volgt uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), met name artikelen 3 en 8, en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De staatssecretaris mag zich baseren op het aanbod van medische zorg via de huisarts in de VBL en hoeft geen beschermd wonen te faciliteren.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank Haarlem dat het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaarde en verklaarde het beroep ongegrond. Tegelijkertijd bevestigde zij het vonnis van de rechtbank Amsterdam dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De Afdeling oordeelde dat de vrijheidsbeperkende maatregel de toegang tot zorgaanbieders niet belemmert en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht van lopende behandelingen niet mogelijk is.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard voor de zaak over het maatwerkvoorziening verzoek, en ongegrond voor de zaak over het aanbod van opvang in de VBL.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, waarbij het aanbod van verblijf en medische zorg in de VBL als adequaat is beoordeeld.