ECLI:NL:RVS:2019:3975
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over openbaarmaking documenten Zorginstituut op grond van de Wob
Het Zorginstituut Nederland weigerde gedeeltelijk documenten openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) naar aanleiding van een verzoek van appellant sub 1 over het geneesmiddel dexmethylfenidaat retard. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat het Zorginstituut onvoldoende had gemotiveerd en bepaalde dat e-mailextensies en namen van rechtspersonen openbaar gemaakt moesten worden.
In hoger beroep stelde het Zorginstituut dat de documenten waren opgesteld ten behoeve van intern beraad en dat persoonlijke beleidsopvattingen beschermd zijn onder artikel 11 van Pro de Wob. De Raad van State bevestigde dat e-mailberichten, interne memo’s en conceptadviezen persoonlijke beleidsopvattingen bevatten en dat deze documenten met het oogmerk van intern beraad zijn opgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Zorginstituut de namen van rechtspersonen al openbaar had gemaakt via de inventarislijst en dat het niet verplicht was om e-mailextensies in een andere vorm te verstrekken. Het hoger beroep van appellant sub 1 werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van het Zorginstituut gegrond, en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het ging om openbaarmaking van e-mailextensies en namen van rechtspersonen. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard en dat van het Zorginstituut gegrond, waarbij de rechtbanksuitspraak deels wordt vernietigd en deels bevestigd.