ECLI:NL:RVS:2020:2566
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling provinciaal inpassingsplan en omgevingsvergunning voor mestverwerkingsinstallatie Elhorst-Vloedbelt
Provinciale staten van Overijssel stelden op 27 februari 2019 het provinciaal inpassingsplan 'Locatie Elhorst-Vloedbelt' vast, waarmee de realisatie van een mestverwerkingsinstallatie voor maximaal 250.000 ton varkensmest per jaar werd toegestaan en de stortcapaciteit werd verlaagd van 190.000 naar 95.000 ton afval per jaar. Gedeputeerde staten verleenden daartoe ook omgevingsvergunningen. Diverse stichtingen, gemeenten en inwoners van Zenderen maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de beroepsgronden, waaronder procedurele aspecten zoals kennisgeving en terinzagelegging, de ontvankelijkheid van appellanten, het provinciaal belang, de ruimtelijke ordening, milieueffecten, verkeers- en geluidsbelasting, en de toetsing aan natuurwetgeving. De Afdeling oordeelde onder meer dat de elektronische kennisgeving wettelijk toereikend was, dat sommige appellanten niet-ontvankelijk waren wegens gebrek aan belang, en dat provinciale staten zich het provinciaal belang omtrent het mestprobleem en duurzame energieopwekking in redelijkheid konden aantrekken.
Hoewel het inpassingsplan een substantiële toename van het bebouwingspercentage mogelijk maakt, is dit planologisch gezien een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, zodat toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet vereist was. De Afdeling oordeelde wel dat provinciale staten de ladder niet expliciet hadden toegepast, wat een strijdigheid met het Besluit ruimtelijke ordening oplevert, maar dat dit niet per se tot vernietiging hoeft te leiden. De locatiekeuze werd als redelijk beoordeeld, waarbij alternatieven zoals de locatie ’t Rikkerink werden afgewezen vanwege bestemmings- en infrastructuurredenen.
De milieueffecten, waaronder verkeersdruk, geluid en natuur, werden beoordeeld aan de hand van het MER en aanvullende onderzoeken. De Afdeling vond geen aanleiding om de geluid- en verkeersberekeningen aan te passen of om aan te nemen dat het plan leidt tot onaanvaardbare overlast. Ook werd geoordeeld dat het plan een één-op-één inpassing is van een eerder verleende natuurvergunning, zodat een nieuwe passende beoordeling niet nodig was. De Afdeling verwierp de meeste beroepsgronden en liet het inpassingsplan en de vergunningen in stand, met uitzondering van de strijdigheid met de ladder voor duurzame verstedelijking die nader zal worden beoordeeld.
Uitkomst: Het provinciaal inpassingsplan en de omgevingsvergunningen voor de mestverwerkingsinstallatie Elhorst-Vloedbelt blijven in stand, ondanks enkele procedurele en inhoudelijke bezwaren.