ECLI:NL:RVS:2020:607
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluiten wegens onduidelijkheid grensoverschrijdende dienstverrichting en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [appellante] boetes op wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen, omdat 29 Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten. De rechtbank had de boetes verminderd, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een zuivere grensoverschrijdende dienstverrichting, waarbij de verplaatsing van werknemers het doel is en zij onder leiding van de inlenende onderneming werken. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet voldoende had aangetoond dat aan alle criteria was voldaan, mede vanwege twijfel over het doel van de dienstverrichting en de kwaliteit van verklaringen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in eerste aanleg was overschreden, wat recht gaf op een immateriële schadevergoeding. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, herroept de boetebesluiten en veroordeelde de staatssecretaris en de Staat tot vergoeding van schade en proceskosten.
Uitkomst: De boetebesluiten worden herroepen wegens onvoldoende bewijs van grensoverschrijdende dienstverrichting en [appellante] krijgt een schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn.