ECLI:NL:RVS:2023:2024
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Herziening bestuurlijke boete wegens overtredingen beroepskracht-kindratio in kinderopvang Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde op 8 april 2019 een bestuurlijke boete van €92.000 op aan een kinderopvang wegens meerdere overtredingen van de Wet kinderopvang, waaronder het niet koppelen van een stagiair en diverse overtredingen van de beroepskracht-kindratio. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de kinderopvang gegrond, matigde de boetes aanzienlijk en stelde de boete vast op €25.750.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de kinderopvang incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en oordeelde dat sommige overtredingen, zoals die op 23 juli 2018, niet voldoende waren bewezen en dat de rechtbank ten onrechte bepaalde matigingen had toegepast. De Afdeling matigde de boetes echter minder dan de rechtbank, waardoor de totale boete op €39.500 werd vastgesteld.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim vier maanden was overschreden, wat leidde tot een schadevergoeding van €500 aan de kinderopvang. Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten gerelateerd aan dit verzoek. De uitspraak van de rechtbank werd voor een deel vernietigd en de Afdeling besloot zelf in de zaak, waarbij het besluit op bezwaar en het primaire boetebesluit gedeeltelijk werden herroepen.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €39.500 en het college wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.