ECLI:NL:RBDHA:2024:10597
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus - Visschers
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2024 behandeld en beoordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat Bulgarije verantwoordelijk is, aangezien eiser daar vingerafdrukken heeft afgegeven en geen onderbouwing heeft geleverd dat dit anders is.
Eiser voerde aan dat hij ernstige psychische klachten heeft door mishandeling en detentie in Bulgarije en dat de staatssecretaris had moeten onderzoeken of overdracht aan Bulgarije zijn gezondheid ernstig zou schaden. De rechtbank oordeelt dat eiser deze klachten onvoldoende heeft onderbouwd met medische documenten en dat de beoordeling door de Dienst Terugkeer en Vertrek afdoende was. Er is geen sprake van bijzondere kwetsbaarheid zoals bedoeld in het arrest Tarakhel.
Verder stelt eiser dat overdracht aan Bulgarije in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag worden toegepast vanwege tekortkomingen in de Bulgaarse asielprocedure en opvang. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die geen fundamentele systeemfouten in Bulgarije constateren. Ook het verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Bulgarije is volgens de rechtbank geen reden om overdracht te weigeren.
Ten slotte wijst de rechtbank het beroep af omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening (overdracht wegens bijzondere omstandigheden) op hem van toepassing is. De asielaanvraag blijft derhalve niet in behandeling in Nederland en eiser mag worden overgedragen aan Bulgarije. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Bulgarije.