ECLI:NL:RVS:2017:1819
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.G.M. Simons
- H. Bolt
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens onduidelijkheid over terbeschikkingstelling arbeidskrachten bij grensoverschrijdende dienstverrichting
De minister legde [appellante] een boete op van € 792.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank de boete vast op € 512.000. [Appellante] ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht procedurele bezwaren over de totstandkoming van het boeterapport, de wijze van verhoren van vreemdelingen, het gebruik van tolken en de bewijswaarde van latere verklaringen. De Raad oordeelde dat het boeterapport betrouwbaar is en dat de arbeidsinspecteurs zorgvuldig te werk zijn gegaan. Het ontbreken van ondertekening door één vreemdeling en het gebruik van telefonische tolken zijn niet onzorgvuldig.
Inhoudelijk ging het om de vraag of de dienstverrichting door [bedrijf D] aan [bedrijf C] bestond uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waarvoor tewerkstellingsvergunningen vereist zijn, of dat sprake was van grensoverschrijdende dienstverrichting. De Raad concludeerde dat er twijfel bestaat of de verplaatsing van de vreemdelingen naar Nederland het doel op zich was van de dienstverrichting. De minister is daarom niet in zijn bewijslast geslaagd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de boetebesluiten worden vernietigd en herroepen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de boetebesluiten worden vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten.