ECLI:NL:RVS:2025:106
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen hoveniersbedrijf in strijd met bestemmingsplan in Peize
Het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld heeft een handhavingsbesluit genomen tegen de activiteiten van een hoveniersbedrijf op een perceel in Peize, omdat deze in strijd zijn met de beheersverordening "Herziening Woonwijken Peize". Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank, waarin het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen dat alle activiteiten omvat, legde het college dwangsommen op om de overtredingen te beëindigen.
Appellant betwistte het besluit en voerde onder meer aan dat voor bepaalde activiteiten impliciet vergunning was verleend en dat de dwangsommen te hoog waren. Ook stelde hij dat hij bezig was met verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten. Omwonende [partij B] vond dat het besluit onvoldoende handhaafde tegen alle activiteiten en dat overlast bleef bestaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was om tegen alle bedrijfsmatige activiteiten op te treden, dat geen impliciete vergunning was verleend voor het gebruik van de kapschuur, woning als kantoor en het parkeren van bedrijfsvoertuigen, en dat de dwangsommen niet onevenredig waren. Ook werd het belang van beide partijen bij beoordeling van het beroep bevestigd. De beroepen van appellant en [partij B] werden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en beroep worden ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.