ECLI:NL:CRVB:1999:AA8773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit valuta-omwisseling
De appellant, wonende te B, ontving een WAO-uitkering die door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) werd geschorst en teruggevorderd vanwege niet gemelde inkomsten uit arbeid, namelijk het omwisselen van grote bedragen buitenlandse valuta.
Uit onderzoek van de Regionale Recherchedienst Rotterdam Rijnmond bleek dat appellant vrijwel dagelijks aanzienlijke bedragen wisselde, wat als arbeid werd aangemerkt. Appellant ontkende inkomsten te hebben genoten en leverde geen concrete gegevens ter onderbouwing. Het bestuursorgaan schatte de inkomsten op basis van de gebruikelijke winst van 1% in criminele wisselpraktijken.
De Raad oordeelde dat appellant in strijd handelde met zijn mededelingsplicht en dat het bestuursorgaan zorgvuldig te werk was gegaan. Het ontbreken van strafrechtelijke vervolging deed hieraan niet af. Ook de omstandigheid dat de echtgenote van appellant van de uitkering moest leven, was juridisch niet relevant.
De Raad bevestigde het besluit van de rechtbank Utrecht en wees het hoger beroep af, waarmee de schorsing en terugvordering van de uitkering rechtmatig bleven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schorsing en terugvordering van de WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit het omwisselen van buitenlandse valuta.