ECLI:NL:CRVB:2004:AP0561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand aan vreemdeling niet in strijd met internationale verdragen
Appellant heeft een aanvraag om bijstandsuitkering ingediend die werd afgewezen omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef volgens de Algemene bijstandswet (Abw). Daarnaast werd een verrekening toegepast van een schuld met een bijstandsuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond voor de afwijzing van de aanvraag, maar vernietigde het besluit over de verrekening en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
Gedaagde nam vervolgens een nieuw besluit waarin het bezwaar tegen de verrekening werd afgewezen. Appellant stelde dat de weigering van bijstand in strijd was met artikelen 11 en 12 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
De Raad oordeelt dat deze internationale bepalingen niet direct afdwingbaar zijn in de Nederlandse rechtsorde en dat de Koppelingswetgeving en de Abw correct zijn toegepast. De weigering van bijstand aan appellant, die geen rechtmatig verblijf had, is niet in strijd met genoemde verdragen. Ook de verrekening van de schuld met de bijstandsuitkering is rechtmatig. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering en de verrekening van de schuld worden bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.